Henrike Jansen

Aaltenseweg 51

7131 NB Lichtenvoorde.

sprekenenzingen@gmail.com

tel: 06-12 10 12 14

KvK: 27 36 23 01

KP: 09900279191

Logopedie bij kinderen

Uitspraak bij kinderen

Jonge kinderen hebben tijd nodig om te leren praten. Soms gaat dat vanzelf, soms heeft het kind daar hulp bij nodig.

Vertraagde spraakontwikkeling

Het spreken komt niet bij ieder kind op het zelfde moment tot ontwikkeling. Wel zijn er gemiddelde verwervingsperiodes. De meeste enkelvoudige medeklinker worden verworven tussen een ½ jaar en 3 jaar. De meeste medeklinkercombinaties worden verworven tussen 2½ jaar en 3½ jaar.

Fonetische stoornissen

Bij deze stoornis worden bepaalde letters of klanken foutief gevormd in de mond of worden vervormd. Slissen is de bekendste fonetische stoornis. Er zijn echter veel meer foutief gevormde klanken mogelijk. Is een articulatiestoornis puur fonetisch dan worden alle klanken wél op de goede plek in het woord uitgesproken. Daarnaast kan er sprake zijn van een algehele slappe articulatie, binnensmonds of nasaal spreken.

Fonologische stoornissen

Bij deze stoornis valt op dat je kind alle klanken los wel kan uitspreken maar dat in de woorden de klanken op de verkeerde plek komen te staan. Er worden klanken weggelaten of juist toegevoegd. 

Stotteren en broddelen

Bij deze spraakproblemen valt op dat de spraak niet ritmisch is. Eer zijn echter grote verschillen. De aanpak zal daarom ook heel anders zijn.

Pre-verbale logopedie

Richt zich op zeer jonge kinderen tussen de 0 en 2 jaar waarbij het voeden een groot probleem is. Soms ligt er een syndroom of een aangeboren probleem aan ten grondslag, bv trisomie van Down, of een schisis. Soms is er geen oorzaak te vinden, maar verloopt het drinken uit borst of fles zeer moeizaam..

Broddelen

  • de woorden worden in elkaar gedrukt

  • meer dan normale versprekingen.

  • te snel praten

  • het vormen van zinnen soms lastig 

  • spreken met gerichte aandacht maakt de spraak beter

  • spreken tegen een vreemde maakt het spreken beter 

  • een ontspannen stemming maakt het meestal slechter.

  • Meestal is er geen sprake van spreekangst

  • het kind is zich niet bewust van zijn symptomen. 

  • angst voor bepaalde letters is afwezig.

Een broddelaar heeft zelf vaak geen last van zijn spreekprobleem. Hij vindt het wel lastig dat hij regelmatig onduidelijk is en dat hij zijn boodschap moet herhalen maar is zich er meestal niet van bewust dat hij daar zelf de oorzaak van is.

Broddelen is een zeer complexe stoornis die veel effect heeft op de gehele basisschoolperiode.

Schisis

Bij een schisis zijn de mondholte en neusholte met elkaar verbonden. Bij een gehemeltespleet kan voeding van de mond in de neus terecht komen.

Tijdens het spreken ontsnapt er lucht naar de neus, waardoor de spraak nasaal klinkt (open neusspraak). Ook bestaat er bij deze kinderen een verhoogde kans op middenoor ontstekingen en daardoor slechthorendheid.

De ouders krijgen advies over het voeden, over het stimuleren van beweging en het gevoel in de mond, en stimuleren van spraak en taal.

De therapie bestaat uit het begeleiden van het drinken, training van de spieren van lippen, tong en gehemelte. Ook wordt luister- en articulatietraining gegeven.

Er wordt een samenwerking opgezet met het schisisteam (logopedist(e), plastisch chirurg, kinderarts, KNO-arts, orthodontist, tandarts, kaakchirurg, psycholoog).

Stotteren

  • herhalingen van klanken, lettergrepen of woorden.

  • blokkades van het stemgeluid optreden.

  • de articulatiesnelheid is vaak laag

  • de woordstructuur is normaal

  • de zinsstructuur kan door onvloeiendheden of blokkades wel worden aangetast.

  • spreken met gerichte aandacht maakt het vaak erger

  • spreken tegen een vreemde maakt erger

  • een ontspannen stemming maakt het beter.

  • er is sprake van communicatie- of spreekangst

  • het kind is zich erg bewust van zijn symptomen

  • er is sprake van klankangst of woordangst, vooral als woorden beginnen met bepaalde klanken.

Een stotteraar heeft zelf veel last van zijn spreekproblemen

Verbale ontwikkelingsdyspraxie

Bij deze spraakstoornis is de coördinatie tussen de opeenvolgende spreekbewegingen verstoord. Het gaat om problemen in het gebruik en het beheersen van spieren.

Het kind kan bv wel een kaarsje uitblazen maar geen /f/ nadoen. Het doelgericht bewegen van de spieren is verstoord.

In het spreken heeft het kind vaak maar enkele klanken tot zijn beschikking en zet die klanken bij alle woorden in. Het spreektempo ligt vaak laag en er zijn zoekende mondbewegingen.